Handelingen 2:43-47 en 4:32-37
Handelingen 2
Het leven van de eerste gemeente
[43] De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. [44] Allen die tot geloof gekomen waren, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. [45] Ze verkochten hun eigendommen en bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. [46] Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. [47] Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit; steeds meer mensen werden gered.
Handelingen 4
Het gemeenschappelijke bezit
[32] Allen die tot geloof gekomen waren, leefden eendrachtig samen. Geen van hen beschouwde zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom, want ze hadden alles gemeenschappelijk. [33] De apostelen bleven met grote kracht getuigen van de opstanding van de Heer Jezus, en God begunstigde allen rijkelijk. [34] Niemand onder hen leed gebrek: wie een stuk grond of een huis bezat, verkocht het, bracht de opbrengst naar de apostelen [35] en legde die aan hun voeten neer, waarna het geld naar behoefte onder de gelovigen werd verdeeld.
[36] Een van hen was Josef, een Leviet uit Cyprus, die van de apostelen de bijnaam Barnabas had gekregen, wat in onze taal ‘zoon van de vertroosting’ betekent. [37] Hij bezat een akker, die hij verkocht, waarna hij het geld naar de apostelen bracht.