Skip to main content

Thuisgroep materiaal 30 november – 6 december 2025

Je bekijkt een toolbox van één van onze thuisgroepen. Als gemeente vinden we het belangrijk om samen te leren leven als Jezus. Dat doen we o.a. in thuisgroepen. Maak je daar nog géén deel van uit? Mail naar thuisgroep@opdoortocht.nl

Dit heb je nodig:

  • Bijbel

  • Laptop / Telefoon

  • Pen & Papier

GEBED & WELKOM (5)

Laat één persoon de ontmoeting openen met gebed. Dank God voor zijn enorme genade die hij telkens weer aan ons laat zien.

GEBED & WELKOM

CHECK-IN (10)

Bestaat je groep uit 7 of meer personen? Deel de groep dan op in groepjes van 3 a 4 personen (benoem hoeveel tijd je hiervoor neemt, kom daarna weer bij elkaar als groep).  

Wissel uit: 

  • Wat brengt je vreugde in deze donkere dagen?
CHECK-IN

LEES & VERKEN | Verken met elkaar het tekstgedeelte (15) 

Lees 2 Kronieken 33 | 1-20

De regering van Manasse

[1] Manasse was twaalf jaar oud toen hij koning werd. Vijfenvijftig jaar regeerde hij in Jeruzalem. [2] Hij deed wat slecht is in de ogen van de HEER: hij gaf zich over aan de verfoeilijke praktijken van de volken die de HEER voor de Israëlieten verdreven had. [3] Hij herstelde de offerplaatsen die zijn vader Jechizkia had laten afbreken, richtte nieuwe altaren op voor de Baäls en maakte nieuwe Asjerapalen. Hij boog zich in aanbidding neer voor de hemellichamen en diende die. [4] Hij richtte altaren op in de tempel van de HEER, waarvan de HEER had gezegd: ‘In Jeruzalem zal mijn naam voor altijd wonen,’ [5] en plaatste op de beide voorhoven van de tempel altaren voor de hemellichamen. [6] Hij verbrandde zijn zonen als offer in het Hinnomdal en liet zich in met toekomstvoorspelling, waarzeggerij, magie, geestenbezwering en het raadplegen van schimmen. Hij tergde de HEER door voortdurend te doen wat slecht is in zijn ogen. [7] Zo liet hij bijvoorbeeld een godenbeeld houwen, dat hij een plaats gaf in de tempel waarvan God tegen David en zijn zoon Salomo had gezegd: ‘In deze tempel, in Jeruzalem, dat Ik uit alle steden van Israëls stammen heb uitgekozen, zal Ik voor altijd mijn naam laten wonen. [8] Ik zal ervoor zorgen dat de Israëlieten nooit meer verjaagd worden uit het land dat Ik jullie voorouders heb toegewezen, maar dan moeten zij zich wel houden aan alles wat Ik hun heb opgedragen: de wetten, bepalingen en regels die Ik hun bij monde van Mozes heb opgelegd.’ [9] Maar Manasse verleidde Juda en Jeruzalem om nog meer kwaad te doen dan de volken die de HEER voor hen had uitgeroeid.

[10] De HEER sprak Manasse en het volk vermanend toe, maar zij schonken geen aandacht aan zijn woorden. [11] Toen stuurde de HEER de aanvoerders van de koning van Assyrië met zijn leger op hen af. Zij bedwongen Manasse met haken, boeiden hem met bronzen ketenen en voerden hem mee naar Babel. [12] Toen Manasse zo in het nauw gedreven was, probeerde hij de HEER, zijn God, mild te stemmen door zich diep voor de God van zijn voorouders te verootmoedigen. [13] Hij bad tot God, en God liet zich door hem vermurwen en verhoorde zijn smeekbede. Hij liet hem terugkeren naar Jeruzalem en herstelde hem in zijn koninklijke macht. Toen wist Manasse dat de HEER God is.

[14] Na zijn terugkeer bouwde hij een tweede muur om de Davidsburcht, westelijk van de Gichonbron in het dal, om de Ofel heen, tot aan de Vispoort. Hij liet de muur hoog optrekken. In alle vestingsteden van Juda stationeerde hij bevelhebbers. [15] Hij verwijderde de vreemde goden en het gehouwen beeld uit de tempel van de HEER, sloopte alle altaren die hij op de tempelberg en in Jeruzalem had laten oprichten, en gooide alles buiten de stad weg. [16] Nadat hij het altaar van de HEER had herbouwd, bracht hij er vredeoffers en een dankoffer. Ook droeg hij de Judeeërs op de HEER, de God van Israël, te dienen. [17] Toch bleef het volk offers brengen op de offerplaatsen, maar uitsluitend aan de HEER, hun God.

[18] Verdere bijzonderheden over Manasse, over zijn gebed tot zijn God en de woorden die de zieners in de naam van de HEER, de God van Israël, tot hem richtten, staan in de kronieken van de koningen van Israël. [19] Zijn gebed en hoe de HEER zich door hem liet vermurwen, maar ook al zijn zonden en overtredingen, hoe hij voordat hij zich verootmoedigde op allerlei plekken offerplaatsen liet bouwen en Asjerapalen en godenbeelden oprichtte, zijn opgetekend in de geschriften van Chozai. [20] Toen hij bij zijn voorouders te ruste ging, werd hij begraven in zijn paleis. Zijn zoon Amon volgde hem op.

Manasse is de langst zittende koning van Juda die wordt genoemd in de Bijbel. Economische omstandigheden zijn goed en hij kan alles hebben wat zijn hartje begeert.

  • Wat zorgde ervoor dat Manasse van dat hoogtepunt zo diep in de ellende komt? Speelt God hier een rol in?
  • Hoe maakt God hem er bewust van dat hij verkeerde dingen doet?
  • Manasse wordt in ballingschap naar Babel gevoerd. Wat was de reactie van Manasse hierop?

Manasse bidt tot God zoals we kunnen lezen in vers 12-13. Mocht je geïnteresseerd zijn: het gebed van Manasse is als apocrief boek aan sommige Bijbels toegevoegd. Je kunt het onderaan dit document lezen. Een mooi gebed dat al iets laat zien van wie God is en zijn genade die door Jezus voor iedereen bereikbaar wordt.

  • Wat was het antwoord van Manasse toen God zijn gebed verhoorde?
    • Waarin blijft zijn oude leven nog doorsijpelen?
LEES & VERKEN

VERDIEP | Verdiep en deel waar en hoe dit jouw leven raakt (30) 

Bestaat je groep uit 7 of meer personen? Deel de groep dan op in groepjes van 3 à 4 personen. (Benoem hoeveel tijd je hiervoor neemt, kom daarna weer bij elkaar als gehele groep). 

  • Wat betekent zonde voor jou? En hoe ga jij om met zonde in je leven?

Manasse vraagt vergeving van zijn zonde aan God.

  • Vraag jij vergeving voor je zonde aan God? Zo ja, wat betekent het vergeven van je zonde voor jou?
  • Hoe kunnen we elkaar helpen om zonden bij God op te biechten, om zo ook Zijn verzoening en herstel te ontvangen?

In de volgende opdracht willen we Gods genade zichtbaar maken:

  • Neem allemaal een briefje en schrijf voor jezelf op wat momenteel tussen jou en God instaat of een zonde waar je vergeving voor wilt vragen. Neem een paar minuten om te bidden: breng het bij God, vraag om vergeving en om herstel. Vouw het briefje dicht en leg het op tafel. Als alles verzameld is, vernietigen jullie de briefjes (als het kan, verbrand ze, of versnipper ze tot ze onleesbaar zijn). Dit mag Gods vergeving symboliseren waarbij hij alle zonden volledig wegdoet van ons.
    In Psalm 103:12 schrijft David: ‘Hij tilt onze ongehoorzaamheid van ons af en zo ver als het oosten is van het westen, zó ver werpt Hij die bij ons vandaan.’
VERDIEP

AFRONDING (20)

Rond met elkaar de ontmoeting af met gebed. We geloven dat God ons hoort als we bidden.

Luister samen naar opwekking 722 Dat is genade (https://www.youtube.com/watch?v=442OFYNyMEw)

Afronding

Het gebed van Manasse | 1-15

[1] Almachtige Heer,

God van onze voorouders Abraham, Isaak en Jakob

en van hun rechtvaardig nageslacht,

[2] U hebt hemel en aarde gemaakt in al hun rijkdom,

[3] de zee gekluisterd met uw machtig woord,

de oervloed gesloten en verzegeld

met uw ontzagwekkende en luisterrijke naam;

[4] alles siddert en beeft voor uw macht.

[5] Niemand kan de glorie van uw majesteit verdragen

of de toorn weerstaan waarmee U zondaars bedreigt.

[6] De barmhartigheid die U belooft

kan niemand meten of doorgronden.

[7] U bent de hoogste Heer,

vol mededogen, geduldig en trouw,

bereid ervan af te zien onheil over mensen te brengen.

[8] Heer, U die God bent van de rechtvaardigen,

U vraagt geen berouw van de rechtvaardigen,

van Abraham, Isaak en Jakob, die niet tegen U hebben gezondigd,

maar van mij, van een zondaar, vraagt u berouw.

[9] Want mijn zonden zijn talrijker dan de zandkorrels bij de zee,

steeds meer overtredingen begin ik, Heer, steeds zwaardere;

ik ben het niet waard op te zien naar de hoge hemel,

zo groot is het onrecht dat ik heb begaan.

[10] Een zware keten van ijzer drukt mij neer

nu ik om mijn zonden verstoten word.

Voor mij bestaat geen vergeving,

ik heb immers uw woede gewekt

en gedaan wat slecht is in uw ogen:

godenbeelden opgericht en afschuwelijke afgoden vereerd.

[11] Maar nu buig ik mij neer en bid om uw goedheid.

[12] Ik heb gezondigd, Heer, ik heb gezondigd,

ik erken mijn overtredingen.

[13] Ik bid U: vergeeft mij, Heer, vergeef mij.

Laat mij niet ten onder gaan met mijn zonden,

stapel uw straffen niet op tegen mij,

koester uw wrok niet voor eeuwig,

verban mij niet naar het diepst van de aarde.

U, Heer, bent toch de God van al wie berouw toont?

[14] Toon mij dan toch uw goedheid!

Uw grote barmhartigheid zal mij redden,

hoe onwaardig ik ook ben.

[15] Ik zal U voortdurend prijzen, alle dagen van mijn leven,

want alle hemelse machten bezingen U,

en U komt de eer toe tot in eeuwigheid.

Amen.